EPC -NR

De verplichtingen en maatregelen voor niet-residentiële gebouwen gelden per .

Een niet-residentiële gebouweenheid is een gebouweenheid met een niet-residentiële . Het gaat om gebouweenheden met een kantoor-, school-, gezondheids-, sport-, handels-, horeca- of bijeenkomstfunctie, of eenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen.

De bestemming van een gebouw of gebouweenheid wordt bepaald door de manier waarop deze gebruikt wordt. Onderstaande gebouwtoepassingen zijn niet te beschouwen als niet-residentieel:

  • wonen
  • industrieel gebruik: bv. werk- of opslagplaatsen, loodsen, …
  • landbouwbedrijf
  • erediensten en religieuze activiteiten

De volgende gevallen vallen steeds buiten het toepassingsgebied van het beleid voor niet-residentiële gebouweenheden:

  • tijdelijke gebouweenheden die niet langer dan twee jaar worden gebruikt
  • alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2

Verplichtingen

Samenvatting van de verplichtingen voor niet-residentiële gebouwen (NR-gebouwen) (Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave)
  • De renovatieverplichting die sinds 1 januari 2022 geldt, was een eerste stap richting de langetermijndoelstelling (koolstofneutraliteit). Zo moet elke niet-residentiële gebouweenheid binnen de 6 jaar na verkoop en andere  en bij erfpacht en opstalrecht, verplicht aan een aantal energiebesparende maatregelen voldoen. De verplichting bestaat uit twee onderdelen: een minimaal maatregelenpakket en een minimaal te behalen energielabel. Aan beiden moet worden voldaan.
  • De EPC-plicht: sinds 1 januari 2026 is een energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen (EPC NR) verplicht.
  • De minimale labelplicht: vanaf 1 januari 2030 zullen zowel kleine als grote niet-residentiële gebouweenheden een minimaal energielabel moeten behalen en dat kunnen aantonen. Voor grote gebouweenheden in publieke gebouwen of overheidsgebouwen zal deze verplichting al vanaf 2028 gelden, omwille van hun voorbeeldfunctie.
  • Niet-residentiële gebouwen met een verwarmingssysteem en/of een airconditioningsysteem van meer dan 290 kW, moeten uiterlijk op 31 december 2025 over een gebouwautomatisering en -controlesysteem beschikken.
  • Verplichting zonnepanelen voor gebouwen met hoge elektriciteitsafname: tegen 1 april 2026 zijn zonnepanelen verplicht op gebouwen waar de elektriciteitsafname hoger is dan 1 gigawattuur per jaar. Het zijn de eigenaars, erfpachters en opstalhouders van gebouwen met zo’n afnamepunt die onderworpen zijn aan de verplichting. Voor overheidsgebouwen ligt de drempel op 250 megawattuur per jaar.
  • Verplichtingen voor laadpunten bij parkings: niet-residentiële gebouwen moeten vanaf 10 en vanaf 20 parkeerplaatsen een minimaal aantal oplaadpunten en laadinfrastructuur voorzien om elektrische voertuigen te kunnen opladen.
  • Periodieke energetische keuring van airconditioningsystemen: airco’s voor comfortkoeling, met een nominaal koelvermogen van meer dan 70 kW op gebouwniveau, moeten iedere 5 jaar energetisch gekeurd worden door een erkende airco-energiedeskundige.
  • Verplicht onderhoud van uw cv-installatie: het onderhoud van het centraal stooktoestel van uw verwarmingsinstallatie is een verplichting, zowel voor particulieren als bedrijven. Centrale stooktoestellen op gas (aardgas, butaan, propaan) moeten 2-jaarlijks een onderhoudsbeurt krijgen, centrale stooktoestellen op stookolie (mazout) of vaste brandstof (hout, pellets, steenkool…) moeten jaarlijks een onderhoudsbeurt krijgen.

Kleine niet-residentiële gebouweenheden

Eigenaars van kleine niet-residentiële gebouweenheden kunnen kiezen voor een aangepast traject, dat is afgestemd op de typische eigenschappen en noden van deze eenheden.

  • Ofwel kiezen ze voor het algemene traject dat van toepassing is voor alle niet-residentiële gebouwen, met het ‘energieprestatiecertificaat Niet-Residentieel’ (EPC NR) en de verplichtingen voor niet-residentiële gebouweenheden.
  • Ofwel kiezen ze voor een aangepast traject, met een ‘energieprestatiecertificaat voor kleine Niet-Residentiële eenheden’ (EPC kNR) en verplichtingen specifiek afgestemd op kleine niet-residentiële gebouweenheden (zie: Renovatieverplichting voor kleine niet-residentiële gebouwen).

Een kleine niet-residentiële gebouweenheid voldoet aan deze 3 voorwaarden

  1. Het heeft een niet-residentiële .
  2. De is maximaal 500 m².
  3. Het maakt geen deel uit van een groot niet-residentieel geheel. Het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw heeft een bruikbare vloeroppervlakte die niet groter is dan 1000 m² en bevat geen niet-residentiële gebouweenheid die groter is dan 500 m².

Voldoet de gebouweenheid niet aan élk van deze voorwaarden, dan is het een grote niet-residentiële eenheid.

Het niet-residentiële gebouwpark is heel divers en verscheiden. Zo omvat deze groep onder meer :

  • Een dokterspraktijk op het gelijkvloers van een appartementsgebouw
  • Een ziekenhuis
  • Een school
  • Een lokale bakker
  • Een gemeentehuis

Qua gebouwkarakteristieken verschillen de bovenstaande voorbeelden sterk van elkaar. De kleinere eenheden zoals een dokterspraktijk, lokale bakker, apotheker, … hebben een niet-residentiële bestemming, maar vertonen bouwfysisch en architecturaal vaak eerder gelijkenissen met de woningbouw (residentieel). U vindt deze eenheden dan ook vaak verweven met het residentiële gebouwenpark. Het komt bij dit type eenheden ook vaak voor dat na verkoop of bij verhuur de bestemming wijzigt van niet-residentieel naar residentieel of omgekeerd.

Ook vanuit energetisch, en bouwtechnisch standpunt zijn de lokale bakker of apotheker anders te benaderen dan grotere eenheden zoals ziekenhuizen of sportcomplexen, waar de opbouw van de schildelen, de installaties en gebruikte (bouw)technieken immers complex en uniek zijn.

Deze verschillen vragen om een aangepaste aanpak, afgestemd op de typische karakteristieken en noden van kleine niet-residentiële eenheden.