Keuringen

product_blok_wetgevingBij enverto is een audit niet alleen het moment dat u zich in regel stelt. Wij gaan altijd een stap verder. Onze rapporten geven ook steeds de nodige tips om te evolueren naar een duurzaam energiebeheer.

 

Airconditioningsystemen

Airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW die sinds 1 augustus 2011 worden geïnstalleerd, moeten binnen twaalf maanden na de eerste inbedrijfstelling gekeurd worden. De keuring zelf omvat een controle van de documentatie, een visuele inspectie van het airconditioningsysteem, een beoordeling van het correcte gebruik en het controleren van een aantal werkingsparameters van het airconditioningsysteem. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het rekenblad ″Keuring-energieprestatieairconditioningsystemen″ koelvermogen van meer dan 12 kW

Voor het Vlaamse Gewest

Airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW die sinds 1 augustus 2011 worden geïnstalleerd, worden binnen twaalf maanden na de eerste inbedrijfstelling gekeurd.

Sinds 1 april 2007 moeten airco’s met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW regelmatig gekeurd worden door een bevoegde deskundige. Vanaf 10 april 2011 ligt de keuringsfrequentie als volgt vast:

nominaal koelvermogen airconditioning frequentie
> 12 kW en < 50 kW iedere 5 jaar
≥ 50 kW en < 250 kW iedere 3 jaar
≥ 250 kW iedere 2 jaar

Airconditioningsystemen geïnstalleerd voor 1 augustus 2011 moesten, afhankelijk van het nominaal koelvermogen, ten laatste energetische gekeurd worden op 10 april 2016.
Als dit nog niet gebeurd is moeten deze zo snel mogelijk gekeurd worden.

Definitie nominaal koelvermogen

Sinds 5 september 2016 is de definitie van het nominaal koelvermogen veranderd.

Als het airconditioningsysteem op gebouwniveau bestaat uit een aantal individuele installaties, moeten de vermogens van de verschillende individuele installaties opgeteld worden om het nominaal koelvermogen te bepalen.
Voor airco’s die reeds in gebruik waren vóór 5 september 2016, moet de keuring uiterlijk gebeuren binnen de 5 jaar (> 12 en < 50 kW), binnen de 3 jaar (≥ 50 en < 250 kW) of binnen de 2 jaar (≥ 250 kW) te rekenen vanaf 5 september 2016.

Wanneer binnen een gebouw een gecentraliseerd airconditioningsysteem gedeeld wordt door verschillende exploitanten zal het volledige systeem in rekening gebracht worden voor het bepalen van het nominaal koelvermogen. Wanneer er binnen een gebouw meerdere decentrale systemen aanwezig zijn die onder verschillende exploitanten vallen wordt enkel het nominaal koelvermogen, bepaald door alle installaties van eenzelfde exploitant, in beschouwing genomen.

Voor het Brusselse Gewest

Is sinds 1 september 2012 van kracht en bedoeld om de energie-efficiëntie van de klimaatregelingssystemen te verbeteren. Ze zijn opgenomen in een besluit van de Brussels hoofdstedelijke regering van 15 december 2011 betreffende het onderhoud en de controle van klimaatregelingssystemen en betreffende geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbating.

Airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW die sinds 1 september 2011 worden geïnstalleerd, worden binnen twaalf maanden na de eerste inbedrijfstelling gekeurd.

nominaal koelvermogen airconditioning frequentie
> 12 kW tot <100 kW  15 jaar
>=100 kW om de 5 jaar

Energie-audit

De Europese Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie legt de lidstaten op dat ze ervoor moeten zorgen dat de ondernemingen die geen KMO’s zijn, voor 5 december 2015 een energieaudit ondergaan, en om de vier jaar deze moeten actualiseren. Vlaanderen heeft ervoor gekozen de omzetting van deze verplichting uit te voeren via de VLAREM-trein 2013.

Voor wie geldt de verplichting?

Door de keuze om de Europese verplichting in te voeren via de VLAREM-wetgeving geldt de verplichting tot uitvoering van een energieaudit voor alle ingedeelde inrichtingen (dit zijn alle meldings- of vergunningsplichtige vestigingen van ondernemingen) waar:

  • ofwel meer dan 250 personen werkzaam zijn;
  • ofwel de jaaromzet 50 miljoen euro overschrijdt én het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro overschrijdt.

De verplichting geldt steeds per vestiging. De bovenstaande criteria moeten dus steeds per vestiging afgetoetst worden.

Vrijgesteld(*) van de verplichting tot uitvoering van een energieaudit voor grote ondernemingen zijn:

  • vestigingen die vallen onder de verplichting tot het hebben van een conform verklaard energieplan volgens de bepalingen van VLAREM II, art. 4.9.1;
  • vestigingen die zijn toegetreden tot één van de energiebeleidsovereenkomsten;
  • vestigingen die beschikken over EN16001 of ISO 50001.

(*) Momenteel is het goedkeuringsproces lopende om eventueel ook een vrijstelling te verlenen aan vestigingen die beschikken over een geldig EPC Publieke Gebouwen

Wie kan de energieaudit uitvoeren?

De energieaudit kan zowel door een interne als door een externe energiedeskundige van de vestiging uitgevoerd worden. Er zijn geen erkennings- of opleidingsvereisten voor de energiedeskundigen bepaald. Het VEA oefent kwaliteitscontrole op de energieaudits en de energiedeskundigen uit via de supervisie op de webapplicatie.  Ook de aanvraag tot registratie als energiedeskundige loopt via deze webapplicatie.
Er zullen voor wat betreft de uitvoering van de energieaudit geen templates opgelegd worden door het VEA. Elke energiedeskundige kan volgens zijn eigen sjablonen werken (vrijheid van methodiek).

enverto is erkend als extern energiedeskundige.

Verwarmingsauditrapport

In toepassing van een besluit van de Vlaamse regering van 18 september 2007 en het ministerieel besluit van 15 september 2009 wordt tijdens een verwarmingsaudit nagegaan in welke mate het interessant is om een oud toestel te vervangen door een nieuw, zuiniger model.

Dit gebeurt een eerste keer bij het eerste periodiek onderhoud en telkens nadat het toestel 5,10,15, 20…  jaar oud is geworden. Voor aardgas, propaan en butaan is een tweejaarlijkse onderhoudsbeurt verplicht, voor stookolie is een jaarlijkse onderhoudsbeurt verplicht.

Dit geldt voor alle centrale stooktoestellen met vaste brandstoffen, vloeibare of gasvormige brandstoffen die een totaal geïnstalleerd nominaal vermogen hebben van meer dan 20 kW.

Inhoud verwarmingsauditrapport, door eigenaar te bewaren zolang het toestel in gebruik is:

  • Opdeling gebouw in type: privé, privékantoor, publiek kantoorgebouw, onderwijsinstelling, ziekenhuis, zwembad,…
  • Het aantal m² verwarmde vloeroppervlakte
  • Het verbruik aan actuele brandstof op jaarbasis
  • Het totale energieverbruik; en het genormaliseerd energieverbruik

Er is een rapportering over:

  • Productie
  • Verdeling
  • Afgifte
  • Isolatie
  • Oppervlakte
  • Rookgasanalyse (= installatie en gebouwrendement)
vermogen < 100 kW vermogen > 100 kW
vanaf mei 2013 nadat het toestel 5,10,15, 20… jaar oud is geworden vanaf mei 2013 nadat het toestel 5 jaar oud is geworden en verder elke 2 of 4 jaar

Thermografische beelden

isolatieDeze methodiek is geschikt voor het in beeld brengen van niet zichtbare warmtebronnen of warmteverliezen in diverse toepassingen:

Controle van isolatiematerialen De aanwezigheid van vocht in isolatiemateriaal zal herkend worden aan de hand van thermische beelden.
Daken en gebouwen Thermisch energieverlies, te wijten aan de slechte constructie van een gebouw of dak, of aan vochtophoping in isolatiematerialen, zal een belangrijke rol spelen in het besparen van energie.
Centrale verwarming, lekdetectie Hydraulische lekken uit centrale verwarmingsleiding, vloerverwarming zijn snel op te sporen en te lokaliseren.
Thermografie koelleidingen Slechte isolatie heeft een aanzienlijke impact op het stroomverbruik van een koelinstallaties. De thermografische lekken worden letterlijk in beeld gebracht.